Met jouw steun heeft het COC veel bereikt:

1994: Algemene Wet Gelijke Behandeling verbiedt discriminatie op grond van homoseksualiteit
2008: Percentage Nederlanders dat negatief is over homo’s gedaald van 36 procent in 1968 naar vier procent in 2008
COC ondersteunt LHBT-organisaties in meer dan 35 landen
8 april 1971: afschaffing van het discriminerende artikel 248bis in het Wetboek van Strafrecht
1 november 2014: afschaffing weigerambtenaar
1 juli 2015: afschaffing enkele-feitconstructie, waarmee scholen openlijk LHB-leerlingen en -docenten mochten weren
1 april 2014: Wet Lesbisch Ouderschap geeft lesbische ouderparen en hun kinderen gelijke rechten
30 augustus 2017: Tsjetsjeense LHBTI-asielzoekers krijgen eenvoudiger asiel in ons land
Gender & Sexuality Alliances op tweederde van de middelbare scholen
12 maart 2019: verbod op discriminatie van trans en intersekse personen opgenomen in Awgb
2013: ‘Een groot protest tegen de Russische wet’ - New York Times over COC-demonstratie tijdens bezoek president Poetin
Ruim 100 ouderenzorginstellingen met een Roze Loper voor LHBT-vriendelijkheid
30 december 1964: COC-voorzitter Benno Premsela als eerste homoactivist openlijk op televisie
7 september 2015: Russische LHBT-asielzoekers krijgen eenvoudiger asiel in ons land
2011: Eerste VN-resolutie tegen LHBT-mensenrechtenschendingen
Strafeis bij discriminerend geweld met 100 procent verhoogd
2015: alle 5 afspraken van Roze Stembusakkoord uit 2012 ingelost
Canal Parade 2015: Boot COC Nederland wint juryprijs voor beste boodschap
2012: Politieke partijen tekenen COC’s Roze Stembusakkoord over langslepende LHBT-kwesties
23 juli 2016: Toekenning Erepenning van de gemeente Amsterdam t.g.v. 70-jarig bestaan COC
2012; Geen LHBT-asielzoekers meer teruggestuurd naar Irak
1973: COC krijgt Koninklijke Goedkeuring - de vereniging kan zich als rechtspersoon laten inschrijven
2012: Voorlichting over LHBT’s verplicht op elke school
Rainbow Awards 2015: LGBT Achievement Award voor COC Nederland
Jaarlijks meer dan 2500 COC-voorlichtingslessen op school
7 maart 2017: Politieke partijen tekenen COC’s Regenboog Stembusakkoord
2011: ’s Werelds eerste kerkelijke verklaring tegen geweld tegen homoseksuelen
2008: Speciale consultatieve status bij de Verenigde Naties voor COC Nederland
Canal Parade 2018: COC Nederland wint juryprijs voor beste uitbeelding Pride-thema \'Heroes\' met Powervrouwenboot
1 juli 2014: Transgenderwet maakt wijzigen geslachtsregistratie veel eenvoudiger
9 september 2019: mbo-scholen verplicht LHBTI-emancipatie te bevorderen
2011: Jos Brink Staatsprijs voor LHBT-emancipatie voor vrijwilligers COC
2009: Paren van gelijk geslacht mogen buitenlands kind adopteren

KOM OOK IN ACTIE!

Jouw hulp is nodig. Steun ons nationale en internationale werk voor acceptatie en gelijke rechten.

Steun COC

Verbied discriminatie van lesbiennes, homo’s, bi’s en transgenders (LHBT’s) in de Grondwet. Die oproep aan regering en parlement doet COC Nederland dinsdag, aan de vooravond van Amsterdam Gay Pride, in NRC Handelsblad.

 

DE TIJD IS RIJP VOOR LHBT’s IN DE GRONDWET

 

‘Iedereen is gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen.‘ Die gedachte bekruipt je wanneer je als lesbienne, homo, bi of transgender (LHBT) het eerste artikel van de Nederlandse  Grondwet leest. Want terwijl dat artikel discriminatie op grond van bijvoorbeeld godsdienst, ras en geslacht terecht expliciet verbiedt, moeten LHBT’s het doen met een onduidelijk bijzinnetje over discriminatie ‘op welke grond dan ook.’

Het gevoel van ongelijkheid wordt versterkt doordat ‘lagere wetgeving’, zoals de strafwet en de Algemene wet gelijke behandeling, homodiscriminatie wél expliciet verbieden. Alsof het bij LHBT’s gaat om een ‘tweederangs’ discriminatieverbod, dat het noemen in de Grondwet niet waard is.

Aan de vooravond van de Gay Pride 2015 vraagt het COC regering en parlement om snel een expliciet verbod op LHBT-discriminatie op te nemen in artikel 1 van de Grondwet.

Er is een maatschappelijke noodzaak voor zo’n verbod. Want nog altijd krijgen zeven op de tien LHBT’s te maken met fysiek of verbaal geweld om wie ze zijn. Meer dan de helft van de openlijke LHBT-jongeren werd het afgelopen jaar getreiterd om hun identiteit en zelfmoordcijfers in deze groep zijn bijna vijf keer hoger dan gemiddeld. Onder transgenders ligt het werkeloosheidspercentage tot vier maal hoger. Het zijn slechts enkele voorbeelden van hedendaagse LHBT-discriminatie.

Een expliciet verbod op LHBT-discriminatie in de Grondwet is een duidelijk signaal dat LHBT-discriminatie onacceptabel is. Dat is op zich al genoeg reden om de Grondwet aan te passen. Bovendien maakt het duidelijk dat discriminatie wegens godsdienst (wel expliciet genoemd) en seksuele identiteit (niet genoemd) even zwaar wegen. Niet onbelangrijk, want juist deze twee gronden schuren in praktijk nog wel eens wanneer mensen – denk aan weigerambtenaren – met een beroep op godsdienst LHBT’s discimineren. Een expliciet verbod zorgt er ook voor dat de circa 1 miljoen LHBT’s in Nederland zich beter in de Grondwet zullen herkennen.

Levert expliciete vermelding in artikel 1 Grondwet LHBT’s juridisch ook iets op? Dat werd in 2006 voor de regering onderzocht door een speciale commissie, die concludeerde dat expliciete vermelding maar liefst drie bijzondere vormen van rechtsbescherming biedt.

Ten eerste is het een ‘vingerwijzing’ of opdracht aan de wetgever om er voor te zorgen dat LHBT’s ook in de toekomst beschermd worden tegen discriminatie. Want een verbod op LHBT-discriminatie in bijvoorbeeld de strafwet kan nú wel vanzelfsprekend lijken, het is niet gezegd dat dat zo blijft als de publieke opinie zich onverhoopt ooit weer tegen LHBT’s keert. Ten tweede kent de rechter volgens de commissie in bepaalde gevallen waarde toe aan expliciete vermelding. Daardoor is discriminatie soms makkelijker te bewijzen. Tenslotte is er volgens de commissie sprake van maatschappelijke rechtsbescherming: expliciet vermeldde gronden zijn een soort ‘maatschappelijk baken’ waarop burgers zich in het publieke debat beroepen.

Bij de Grondwetsherziening van 1983 betoogden ministers en Kamerleden nog dat een verbod op homodiscriminatie niet voldoende paste bij de ‘heersende overtuigingen,’ dat het nog te zeer in de ‘taboesfeer’ lag. Dat – toch al niet erg valide – argument is achterhaald. Alleen al het feit dat 78 procent van de Nederlanders voor het ‘homohuwelijk’ is, toont dat aan.

Alle reden dus om een expliciet verbod op LHBT-discriminatie toe te voegen. Dat adviseren ook het College voor de Rechten van de Mens en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Negen andere Europese landen, waaronder Spanje, Zweden en Malta, hebben al zo’n Grondwettelijk verbod. En er lijkt breed politiek draagvlak: de VVD was bij Grondwetsherziening van 1983 al vóór en D66, GroenLinks en PvdA kwamen in 2010 met een initiatiefwetsvoorstel van deze strekking.

Een wijziging van artikel 1 kan snel geregeld worden als deze partijen hun wetsvoorstel weer oppakken. Minister Plasterk kan de wijziging meenemen in de diverse Grondwetswijzigingsvoorstellen die hij indiende. Dus wat ons betreft: aan de slag!

Oud-minister van Binnenlandse Zaken Van Thijn noemde artikel 1 ooit ‘de vlag op onze Grondwet.’ Als het aan het COC ligt wordt dat artikel binnenkort eindelijk ook een beetje een regenboogvlag.

Tanja Ineke, voorzitter COC Nederland

Philip Tijsma, voorzitter COC’s Landelijke Werkgroep Politiek