Met jouw steun heeft het COC veel bereikt:

2009: Paren van gelijk geslacht mogen buitenlands kind adopteren
2011: ’s Werelds eerste kerkelijke verklaring tegen geweld tegen homoseksuelen
2012: Voorlichting over LHBT’s verplicht op elke school
1 november 2014: afschaffing weigerambtenaar
Gender & Sexuality Alliances op tweederde van de middelbare scholen
1 april 2014: Wet Lesbisch Ouderschap geeft lesbische ouderparen en hun kinderen gelijke rechten
1994: Algemene Wet Gelijke Behandeling verbiedt discriminatie op grond van homoseksualiteit
2012; Geen LHBT-asielzoekers meer teruggestuurd naar Irak
2008: Speciale consultatieve status bij de Verenigde Naties voor COC Nederland
2013: ‘Een groot protest tegen de Russische wet’ - New York Times over COC-demonstratie tijdens bezoek president Poetin
COC ondersteunt LHBT-organisaties in meer dan 35 landen
2012: Politieke partijen tekenen COC’s Roze Stembusakkoord over langslepende LHBT-kwesties
12 maart 2019: verbod op discriminatie van trans en intersekse personen opgenomen in Awgb
1 juli 2014: Transgenderwet maakt wijzigen geslachtsregistratie veel eenvoudiger
Rainbow Awards 2015: LGBT Achievement Award voor COC Nederland
Jaarlijks meer dan 2500 COC-voorlichtingslessen op school
30 december 1964: COC-voorzitter Benno Premsela als eerste homoactivist openlijk op televisie
Strafeis bij discriminerend geweld met 100 procent verhoogd
7 september 2015: Russische LHBT-asielzoekers krijgen eenvoudiger asiel in ons land
Canal Parade 2018: COC Nederland wint juryprijs voor beste uitbeelding Pride-thema met Powervrouwenboot
1973: COC krijgt Koninklijke Goedkeuring - de vereniging kan zich als rechtspersoon laten inschrijven
8 april 1971: afschaffing van het discriminerende artikel 248bis in het Wetboek van Strafrecht
9 september 2019: mbo-scholen verplicht LHBTI-emancipatie te bevorderen
2015: alle 5 afspraken van Roze Stembusakkoord uit 2012 ingelost
Canal Parade 2015: Boot COC Nederland wint juryprijs voor beste boodschap
30 augustus 2017: Tsjetsjeense LHBTI-asielzoekers krijgen eenvoudiger asiel in ons land
1 juli 2015: afschaffing enkele-feitconstructie, waarmee scholen openlijk LHB-leerlingen en -docenten mochten weren
2011: Jos Brink Staatsprijs voor LHBT-emancipatie voor vrijwilligers COC
2008: Percentage Nederlanders dat negatief is over homo’s gedaald van 36 procent in 1968 naar vier procent in 2008
23 juli 2016: Toekenning Erepenning van de gemeente Amsterdam t.g.v. 70-jarig bestaan COC
2011: Eerste VN-resolutie tegen LHBT-mensenrechtenschendingen
7 maart 2017: Politieke partijen tekenen COC’s Regenboog Stembusakkoord
Ruim 100 ouderenzorginstellingen met een Roze Loper voor LHBT-vriendelijkheid

KOM OOK IN ACTIE!

Jouw hulp is nodig. Steun ons nationale en internationale werk voor acceptatie en gelijke rechten.

Steun COC

Brief aan Tweede Kamer over Grondwet

13 maart 2005 -

Uitbreiding van artikel 1 van de Grondwet, waarin gelijke behandeling grondwettelijk is vastgelegd, met homoseksualiteit als non-discriminatiegrond. Dat bepleit het COC in een brief aan de Tweede Kamer. Deze week wordt daarover in de Kamer gedebateerd. Steun deze lobby en stuur een e-mail – zie het bericht daarover op deze site!

E-mail-actie

Steun deze lobby en stuur een e-mail naar de woordvoerders in de Tweede Kamer. Zie daarvoor het nieuwsbericht over de e-mailactie op de homepage van deze site.

Brief Tweede Kamer

Hieronder de brief van Wybren Bakker, voorzitter COC Nederland, aan de woordvoerders over deze kwestie in de Tweede Kamer.

‘Geachte woordvoerders,

Zoals u weet pleit COC Nederland voor het opnemen van seksuele gerichtheid als verboden discriminatiegrond in artikel 1 van de Grondwet. Aan de vooravond van uw debat met minister De Graaf over artikel 1 wil ik u de argumenten voor uitbreiding nogmaals voorleggen en reageren op de antwoorden van de minister op uw vragen. Ook wil ik ingaan op de discussie over het schrappen van álle discriminatiegronden uit artikel 1.

Dringende juridische óf maatschappelijke noodzaak zijn volgens de regering de twee criteria voor aanpassing van een grondrechtenbepaling. Aan de maatschappelijke noodzaak om seksuele gerichtheid in artikel 1 op te nemen gaat minister De Graaf in zijn brief echter geheel voorbij, terwijl niet afdoende wordt aangetoond dat voor het opnemen van deze discriminatiegrond geen juridische noodzaak bestaat.

Maatschappelijke noodzaak

Vijfenzeventig procent van de Nederlandse homoseksuelen vindt dat tolerantie ten opzichte van homoseksualiteit afneemt, zo bleek afgelopen zomer uit een onderzoek van de Gay Krant. Symptomen van intolerantie zijn zichtbaar in het onderwijs, waar homoseksuele leerlingen zich tot zes keer onveiliger voelen dan de gemiddelde leerling, homoseksuele docenten besluiten om ‘terug de kast in’ te gaan en schooldirecties weigeren aandacht aan homoseksualiteit te besteden. Spanningen tussen bepaalde groepen allochtonen en homoseksuelen nemen toe: er is sprake van (gewelds-) incidenten in de oude wijken van grote steden, maar ook van groeiende xenofobie onder homoseksuelen. Homoseksuelen ondervinden nog altijd problemen op de werkvloer, bij de sportclub en in de ouderenzorg.

Ik vind het zeer verontrustend dat de regering hier aan – ook in haar antwoorden op de vragen van de Kamer – volledig voorbijgaat, terwijl zij ‘maatschappelijke noodzaak’ wel erkent als één van de twee criteria voor aanpassing van artikel 1. Er wordt, zonder verdere argumentatie, eenvoudigweg ontkend dat sprake is van een maatschappelijke noodzaak tot het opnemen van seksuele gerichtheid in artikel 1. De minister gaat niet in op de vraag in welk geval wél sprake zou zijn van een dergelijke noodzaak. Een reden om aan dit onderwerp voorbij te gaan zou volgens de regering liggen in het feit dat een motie over chronische ziekte en handicap de aanleiding voor deze nota vormde; wanneer dan wél op seksuele gerichtheid wordt ingegaan blijft onopgehelderd. De regering gebruikt de termen maatschappelijke- en politieke noodzaak dooreen, waardoor de indruk wordt gewekt dat uitbreiding met seksuele gerichtheid geen inherent belang zou dienen, maar dat het partijen hierbij slechts om electoraal gewin gaat.

Over chronische ziekte en handicap stelt de regering dat zij liever effectief beleid voert dan dat zij artikel 1 uitbreidt. Zowel voor handicap als voor seksuele gerichtheid geldt echter dat zowél beleid áls wettelijke bescherming nodig is. Ik wil er overigens aan herinneren dat de regering in het geval van seksuele gerichtheid pas na zware druk van uw Kamer onlangs bereid bleek een krachtig emancipatiebeleid te voeren.

Juridische noodzaak

Het uitdrukkelijk benoemen van een verboden discriminatiegrond in artikel 1 maakt het eenvoudiger om voor de rechter te bewijzen dat sprake is van discriminatie.

“Niet ontkend kan worden dat het wel of niet genoemd worden in artikel 1 Grondwet een factor kan zijn bij de mate waarin een discriminatiegrond als ‘bij voorbaat verdachte grond’ kan worden betiteld

Categorie:
Jouw belangen
Tags: